Op een kille ochtend in de Europoort staat de wind strak uit het westen. Waar ooit de schoorstenen van Gunvor onafgebroken rook uitbliezen, heerst stilte. De raffinage van ruwe olie is hier gestopt. Slechts een deel van de terminal blijft nog in gebruik. Van de 260 werknemers zijn er ruim 140 verdwenen.
Het beeld staat symbool voor een bredere onrust in de Rotterdamse haven. Vijf grote fabrieken hebben het afgelopen half jaar hun deuren gesloten of fors ingekrompen. Bijna duizend banen gingen verloren. Projecten die Rotterdam tot groene voortrekker moesten maken, zijn uitgesteld of afgeblazen.
“Als we niet uitkijken, is de haven in 2040 weg,” zegt Corné Boot, topman van BP. “We staan op een kruispunt.”
De zorgen zijn zo groot dat gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, brancheorganisatie Deltalinqs en het Havenbedrijf gezamenlijk een brandbrief naar Den Haag stuurden. Hun oproep: verbeter het investeringsklimaat, anders loopt Nederland het risico zijn belangrijkste economische motor te verliezen. Wethouder Robert Simons: “Als we niet ingrijpen, dreigt Rotterdam zijn leidende positie kwijt te raken en staat onze welvaart op het spel.”
De centrale vraag luidt nu: moet de haven vasthouden aan de bestaande industrie, of de sprong wagen naar een nieuw, duurzaam begin?
DNA van een stad
De haven is voor Rotterdammers veel meer dan een industriegebied. Zij vormt het DNA van de stad. Voor velen is het werk en inkomen, voor anderen trots: de wereldhaven die Rotterdam groot maakte.
In het Rijnmondgebied werken direct en indirect ongeveer 192.000 mensen dankzij de haven. Landelijk gaat het om ruim een half miljoen banen. Ook financieel levert de haven een belangrijke bijdrage. Via dividend en grondopbrengsten stroomde in 2024 circa 130 miljoen euro naar de gemeentekas. Dat geld wordt ingezet voor stadsontwikkelingsprojecten, zoals de herinrichting van Katendrecht en de transformatie van de Merwe-Vierhavens.
“De haven heeft ons niet alleen werk gegeven, maar ook een stad die zich telkens opnieuw uitvindt,” zegt een oud-havenarbeider die nu in Rijnhaven woont, waar luxe appartementen de kranen hebben verdrongen. “Maar soms vraag ik me af: hoe vaak kan Rotterdam zichzelf opnieuw uitvinden?”
Bedrijven trekken weg
Die vraag klinkt steeds vaker. Naast Gunvor trokken nog vier grote bedrijven zich terug.
– LyondellBasell sloot op de Maasvlakte zijn fabriek voor basischemicaliën, 160 banen verdwenen.
– Tronox beëindigde in de Botlek de pigmentproductie, 240 banen verdwenen.
– Indorama stopte in de Europoort de productie van PET-flessen, 208 medewerkers verloren hun werk.
– Westlake legde in Pernis de productie van chloorproducten stil, 230 banen verloren.
De oorzaken zijn vaak dezelfde: hoge energieprijzen, strenge stikstofregels en een krap elektriciteitsnet. Daarbovenop komt internationale concurrentie, vooral uit China en nieuwe raffinaderijen in het Midden-Oosten en Afrika.
Volgens Deltalinqs is er bovendien een risico op een domino-effect. “Het product van het ene bedrijf is vaak de grondstof voor het andere. Als schakels wegvallen, kan het hele chemiecluster wankelen. Dan verdwijnen niet alleen banen in de fabrieken, maar ook bij toeleveranciers en transportbedrijven,” zegt voorzitter Victor van der Chijs.
Van groene droom naar nachtmerrie
Vijf jaar geleden leek de haven klaar voor een groene toekomst. Rotterdam wilde hét waterstofknooppunt van Europa worden. Vier waterstoffabrieken waren gepland op de Tweede Maasvlakte, een corridor naar Duitsland moest transport mogelijk maken, CO₂ zou onder de Noordzee worden opgeslagen, en biobrandstoffen zouden olie vervangen.
De realiteit blijkt weerbarstig.
– UPM trok zich terug uit plannen voor een biobrandstoffabriek.
– BP besloot zijn waterstoffabriek in Duitsland te bouwen in plaats van Rotterdam.
– Shell stelde de bouw van zijn eigen installatie uit.
– Het Porthos-project, bedoeld om jaarlijks 2,5 miljoen ton CO₂ op te slaan, ondervindt vertraging door stikstofregelgeving en vergunningprocedures.
– De Delta Rhine Corridor, een netwerk van leidingen voor elektriciteit, waterstof en CO₂ tussen Rotterdam en Duitsland, loopt minstens vier jaar vertraging op vanwege ingewikkelde vergunningen en ruimtelijke inpassing.
Volgens het Havenbedrijf liggen momenteel ongeveer driehonderd projecten stil, variërend van walstroominstallaties en biobrandstoftanks tot CO₂-opslaginfrastructuur. Veel projecten zijn vertraagd of uitgesteld vanwege complexe procedures en een wirwar van belangen. Ondertussen wijken bedrijven steeds vaker uit naar havens in het buitenland die gunstiger voorwaarden bieden.
Kruispunt
De vraag is: hoe nu verder?
Volgens Derk Loorbach van onderzoeksinstituut Drift is de fossiele industrie in Rotterdam aan het einde van haar levensduur. “Na 150 jaar is het industriële complex versleten. Natuurlijk doet het pijn als bedrijven verdwijnen, maar het is ook een kans. Stop met geld pompen in oude installaties, investeer in nieuwe bedrijven die vergroening vooropstellen.”
Het Havenbedrijf en de gemeente Rotterdam geloven dat behoud en verduurzaming samen kunnen gaan, mits er massaal wordt geïnvesteerd en regels helder zijn.
Milieuorganisaties en groene partijen pleiten juist voor een harde koers: geen publiek geld meer naar fossiele bedrijven, en afscheid van olie en kolen.
Boot van BP waarschuwt dat nietsdoen gevaarlijk is: “De techniek is er, maar wat ontbreekt, is politieke wil en financiering. Zonder duidelijke keuzes loopt de hele transitie spaak.”
Ook Jolanda Jansen, voorzitter van de Denktank Rotterdamse Economie 2040, zegt: “Als we nu niets doen, zijn we in 2040 een openluchtmuseum. Dan maken we niets meer. Niet alleen Rotterdam, heel Nederland.”
Een recent rapport van TNO wijst op het strategische belang van de chemische industrie. Als Nederland afhankelijk wordt van buitenlandse producenten, kan het grip op essentiële grondstoffen verliezen. Bovendien is het klimaat daar niet per se mee geholpen: productie verschuift naar landen met minder strenge regels, waar de emissies hoger kunnen zijn.
Lichtpuntjes
Toch is er hoop.
“Veel bedrijven gebruiken de hoge energieprijzen en het volle stroomnet als excuus”, zegt Pascal Spiekerman van innovatiehub Plant One. “Maar er zijn oplossingen. Het probleem is niet technisch, maar een gebrek aan lef.”
Mare Straetmans van Platform Zero ziet kansen: “Rotterdam heeft alles in huis om kraamkamer en proeftuin te worden voor nieuwe energietechnologie. Ligging, infrastructuur, kennis: het is een kwestie van verzilveren.”
Ook Loorbach ziet perspectief. “We zitten in een fase van transitiepijn. Maar de contouren van transitieplezier worden zichtbaar: nieuwe bedrijven, nieuwe energiebronnen. Het bestaande loopt vast, de alternatieven winnen kracht. Dat momentum is uniek.”
Slot: wederombouw
De geschiedenis laat zien dat Nederland grote omwentelingen kan. Na de watersnoodramp van 1953 werden in dertig jaar de Deltawerken gebouwd, destijds het grootste waterbouwproject ter wereld.
De huidige havencrisis voltrekt zich langzamer, maar is niet minder ingrijpend. Het vraagt om een nieuwe wederombouw: een transitie naar een duurzame haven die decennia zal duren.
De keuze is onvermijdelijk. Wordt Rotterdam een openluchtmuseum van vervlogen industrie? Of een wereldspeler in de groene economie? Het antwoord hangt af van de besluiten die vandaag worden genomen.